Kent u dat? Lange zoektochten naar het begin van uw plakbandrol? Nog steeds één van de grootste ergernissen onder de velen. Met de komst van de plakbandhouder hebben we daar gelukkig geen moeite meer mee. Maar er was een tijd waarin dit niet zo vanzelfsprekend was.

In 1926 kwam het eerste rolletje plakband op de markt. Een doorzichtig plakband waarbij alleen de randen voorzien van lijm waren. De variant zoals wij die nu nog steeds kennen, bracht Richard Drew in 1930 op de markt. Twee jaren van onhandig gebruik van dit kantoorartikel vlogen voorbij.

In 1932 had John Borden, Verkoopmanager van Scotch Tape bij 3M, de oplossing om het gebruik van de plakbandrol makkelijker én efficiënter te maken.

Hij ontwierp de eerste tapedispenser. In de volksmond: de plakbandhouder. Dit kantoorartikel heeft een ingebouwd snijblad om het plakband mee af te scheuren en bovendien houdt dit het einde van de rol vast tot het volgende gebruik. Als dat niet handig is!

Tegenwoordig zien we de plakbandhouder niet alleen nog als functioneel kantoorartikel, maar ook als een accessoire die je werkplek opleukt! De plakbandhouder is verkrijgbaar in waanzinnige vormen en kleuren. Denk aan casettebandjes, unicorns, pumps of dieren. Maar telkens gebaseerd op hetzelfde principe: snel en nauwkeurig plakband afrollen en snijden!

Zo simpel, maar nog steeds van onschatbare waarde: de paperclip! Meer dan honderd jaar geleden is de paperclip uitgevonden met als doel papieren bij elkaar houden. En daarvoor wordt dit handige kantoorartikel nu nog steeds iedere dag gebruikt.

De allereerste (paper)clip stamt al uit 1867. Het is de Fay paperclip: een tot driehoek gebogen metalen draadje, waarbij de uiteinden aan de punt van de driehoek uitsteken. Vervolgens ontfermen nog meerdere uitvinders zich over het gebogen metalen draadje. Het is uiteindelijk de Noor Johan Vaaler die wordt gezien als de uitvinder van dé paperclip. Rond 1899 verwerft hij patent op de paperclip die vergelijkbaar is met de paperclip zoals wij die kennen.

Het ontwerp daarentegen is anders. De paperclip van Vaaler heeft namelijk rechte hoeken en één bochtje minder waardoor de uiteinden van het draad aan dezelfde zijde zitten met als nadeel dat het papier makkelijk beschadigt.

De paperclip zoals wij die nu kennen is de Gem paperclip, bedacht in 1927 door George F. Griffiths. De Gem paperclip bestaat uit twee ovalen waarmee wordt voorkomen dat papieren beschadigen. Hoewel de paperclip in traditionele vorm van metaal is, wordt deze tegenwoordig ook voorzien van een plastic coating in alle kleuren van de regenboog!

Wist u dat?

…in Noorwegen de paperclip is uitgegroeid tot een nationaal symbool? Tijdens de Tweede Oorlog wordt het land bezet door de Duitsers en is het dragen van nationale symbolen verboden. Veel Noren dragen daarom een paperclip waarmee zij aangeven dat ze zich verbonden voelen met hun vaderland en met elkaar. De band die de Noren hebben met de paperclip is nu nog steeds zichtbaar aanwezig. Sinds 1989 staat in Oslo een paperclip van meer dan zes meter hoog.

 

Wellicht zegt de naam László Bíró u niets. Maar hij is de uitvinder van het kantoorartikel dat u dagelijks gebruikt, namelijk: de balpen!

Hij doet deze uitvinding in de jaren 30 van de vorige eeuw. Het gebruik van de vulpen leidt namelijk tot frustraties bij Bíró: het vlekken van de inkt, het langzaam drogen van de inkt en de krassen van de pen op het papier. Redenen voor Bíró om te gaan experimenteren met een pen die daar een einde aan maakt. Hij merkt op dat drukkerijen gebruikmaken van sneldrogende inkt, waardoor het papier droog en vlekvrij blijft. Helaas blijkt al snel dat deze inkt te dik is voor de punt van de vulpen en er daardoor geen inkt op het papier vloeit.

Daar laat Bíró het uiteraard niet bij en gaat op zoek naar een oplossing. Hij bedenkt dat een heel klein balletje aan het uiteinde van de pen, ook wel kogeltje genoemd, tijdens het schrijven ronddraait. Hiermee wordt het inktreservoir enigszins afgesloten, waardoor er een beetje inkt op het papier vloeit. Tegelijkertijd voorkomt het balletje dat de pen uitdroogt. En dát is het ontstaan van de balpen die wij nu kennen!

In 1943 vertrekt Bíró naar Argentinië en vraagt daar een nieuw patent aan voor zijn balpen. Al snel wordt tijdens de Tweede Wereldoorlog de balpen van Bíró door de Britse overheid opgemerkt. Zij zijn op zoek naar een pen waarmee de Britse luchtmacht op hoge hoogten kan schrijven. De inkt van de vulpen bevriest namelijk hoog in de lucht. En dat is het begin van het succes van de Bíró balpen, want ook het grote publiek wil schrijven met de balpen. Vijf jaar later verkoopt Bíró dan ook het patent van zijn balpen aan het Amerikaanse bedrijf Parker Pen Company. Al is het, het welbekende Franse bedrijf BIC dat vanaf 1950 de balpen op de markt brengt voor het grote publiek. Dat is ook de tijd dat de balpen in Nederland wordt geïntroduceerd. De BIC Cristal balpen is sindsdien niet veranderd en ongetwijfeld nog steeds de bekendste balpen ter wereld. Deze balpen wordt nu nog steeds veel gebruikt, misschien ook wel door u?

Wist u dat?

… in de balpen een balletje zit dat de inkt op het papier vloeit. En daar de naam balpen vanaf geleid is?
… in Duitsland men een balpen Kugelschreiber (‘kogelschrijver’) noemt?
… heel vroeger met een ganzenveer werd geschreven?
… de prijs van de balpen sinds 1959 in Amerika ongeveer gelijk is gebleven?

Een gat in de markt was de uitvinding van de perforator, die op naam staat van de Duitse uitvinder Friedrich Soennecken. Hij bedacht meer dan 100 jaar geleden het kantoorartikel waarmee je gaten in papier kunt maken.

 

In 1886 vraagt Friedrich Soennecken in Duitsland het patent aan voor de Papierlocher für Sammelmappen. Door de uitvinding van Soennecken kwam ook in de Verenigde Staten al snel een nieuw model uit, ontworpen door Benjamin Smith. Een perforator voor het perforeren van tickets, zoals treintickets. Dit om te voorkomen dat het kaartje nog een keer gebruikt kan worden.

In 1893 vraagt Charles Brooks patent aan voor de ticket punch. Zijn ontwerp wijkt niet veel af van het oorspronkelijke ontwerp. Maar het had wel een vervangend bakje om de rondvliegende papiertjes op te vangen. Dit ontwerp lijkt het meest op de perforator vandaag de dag.

Ondanks het patent verkoopt de Duitse firma Leitz in 1901 de eerste draagbare perforator, genaamd ‘Phoenix’. Tegenwoordig is dit merk nog steeds een bekend perforatormerk.

In de 20e eeuw wordt het klassieke model meerdere malen in een nieuw jasje gestoken. Zo bestaan er tegenwoordig 4-gaats, 6-gaats, 23-gaats en elektrische perforators. Maar nog steeds met het oorspronkelijke doel om gaten in het papier te maken.

Wist u dat?

… Soennecken tegelijkertijd met de uitvinding van de perforator ook de ringband bedacht? Twee kantoorartikelen die onmisbaar bij elkaar horen.
… met behulp van de aanduiding 888 op de aanleg van een perforator het mogelijk is om twee gaten in een A4 papier te maken? Het papier moet dan op twee kanten aan de lange zijde tegen de aanleg van de perforator gehouden worden.
… in 1891 voor het eerst confetti werd gebruikt. Dit waren handmatig in stukjes geknipte oude feestversieringen. Tegenwoordig is confetti, jawél, een restproduct van geperforeerd papier.

<<< terug naar Blogs

Het is een kantoorartikel dat echt iedereen kent: de punaise! Al lijkt na ruim een eeuw de glorietijd van het koperen stiftje met platte kop voorbij. Toch hebben we er veel profijt van gehad.

Miljoenen posters en talloze kerstkaarten zijn ermee vastgeprikt én de punaise was jarenlang onlosmakelijk met ieder kantoor verbonden. Wie kwam er op het idee van dit ingenieuze kantoorartikel?

Het is meer dan honderd jaar geleden dat de uitvinder Mick Clay in 1903 de punaise bedenkt. Al schrijven andere bronnen de uitvinding toe aan de Duitse klokkenmaker Johann Kirsten en de Amerikaan Edwin Moore. Deze ondernemer richtte al in 1900 de ‘Push-Pin-Company’ op. Die fabriek maakte, jawél, punaises! Dikke kans dat hij de échte uitvinder was. De punaise werd uitgevonden met als doel om papiertjes in een zachte ondergrond zoals hout of kurk te drukken. Een mooi alternatief voor de hamer met spijker. Jarenlang werd de punaise hier dan ook voor gebruikt. Al lijkt er nu toch aan dit moois een einde te komen, maar vergeten doe we ‘m zeker niet!

Niet getreurd, wij hebben nog geen afscheid genomen van de punaise. Deze is nog gewoon verkrijgbaar bij uw Inkstation winkel.

<<< terug naar Blogs

Leonardo da Vinci krijgt veel credits voor de uitvinding van de schaar. Hoewel we Da Vinci kennen als een briljante uitvinder, zijn deze credits niet helemaal eerlijk verdiend.

Het zijn namelijk de Oud-Egyptenaren die rond 1.500 voor Christus twee bronzen platen over elkaar lieten glijden om iets in tweeën te snijden. In het oude Europa (500 voor Christus) werd de schaar voornamelijk gebruikt in de textielindustrie, als werktuig en hulpstuk bij het verwerken van stoffen. De schaar zoals wij die nu kennen, werd in 1760 door het Britse bedrijf William Whiteley & Sons voor de eerste keer op grote, industriële schaal geproduceerd. En datzelfde bedrijf produceert tot op de dag van vandaag nog steeds scharen. Bijzonder!

Sinds de uitvinding van de schaar is het aantal soorten scharen sterk toegenomen. Voor alle oppervlakken bestaat weer een andere schaar. Van papierscharen en kappersscharen tot aan nagelscharen en snoeischaren. En dan hebben we het nog niet eens gehad over kinderscharen, verbandscharen of wildscharen. Het rijtje is eindeloos. Maar, de schaar is bovenal geknipt voor een effectieve werkdag op kantoor!

Wist u dat?

… u uw schaar met schuurpapier weer scherp kunt maken? Dus heeft u het gevoel dat uw schaar bot wordt, knip dan eens in een stuk schuurpapier!

<<< terug naar Blogs

Een nietmachine: een apparaat waarmee je losse papieren vast niet. Simpelweg een kantoorartikel waar we niet meer zonder kunnen. Al was de weg hier naartoe langer dan je misschien zult denken.

 

De eerste nietmachine stamt al uit de achttiende eeuw. Het was de Franse koning Lodewijk de Vijftiende die deze in bezit had. Met het apparaat was het mogelijk om spijkers in het papier te slaan. Jaren later werd echter pas het patent op de nietmachine aangevraagd door de Amerikaanse uitvinder Samuel Slocum. In 1841 presenteert hij een model dat overeenkomsten heeft met de nietmachine zoals we deze nu kennen. Een apparaat dat door middel van kleine pins papieren bij elkaar houdt. De naam voor dit apparaat was letterlijk ‘machine for sticking pins into paper’.

Handig in gebruik was het apparaat allerminst! Het kostte aardig wat kracht om een pin in een paar vellen papier te drukken. Ook moest na iedere handeling een nieuwe pin in het apparaat. De Amerikaan George W. McGill was van mening dat het makkelijker moest kunnen en bedacht de Single Stroke Staple Press. Waarschijnlijk is de naam nietmachine hiervan afgeleid. Het apparaat bestond uit een soort van perforator dat een gaatje maakt in het papier en een hamer die vervolgens een T-vormig nietje in het papier slaat. Het pootje van het T-vormig nietje buigt om en het papier zit vast.

Uitstekend uitgedacht, maar ook dit apparaat was niet handig in gebruik. Charles Gould vond uiteindelijk een aantal jaren later het nietje uit, zoals wij dat nu kennen. Hierbij bedacht hij een apparaat dat een stukje ijzerdraad afknipt, in een U-vorm omvouwt en in het papier drukt. Iets minder zwaar in gebruik, maar óók dit apparaat kon niet worden gevuld met meerdere nietjes.

Honderden jaren na de eerste ontdekking van de nietmachine, werd in 1905 de nietapparaat uitgevonden met ruimte voor meerdere nietjes. Eindelijk! Het duurde dan ook niet lang voordat de eerste nietapparaten op kantoor werden gebruikt. Al was het zeker geen gemeengoed. In 1914 is er in de kantooromgeving ongeveer één apparaat beschikbaar voor honderden mensen! Maar ook dat verandert snel. Door verbeteringen in het product neemt de populariteit van het handige kantoorartikel alleen maar toe. In 1930 verschijnt de nietmachine waarin je aan de bovenkant nietjes in kunt plaatsen. En dát is de nietmachine zoals wij hem nu kennen!

<<< terug naar Blogs

Vóór de uitvinding van de puntenslijper gebruikten mensen messen om de punt van een potlood te scherpen. Een gevaarlijk en tijdrovend klusje! Er werden zelfs mensen op kantoor voor aangesteld en was de puntenslijper een persoon. 

Inmiddels is dit allemaal verleden tijd en is de puntenslijper als kantoorartikel niet meer weg te denken van kantoor en thuis.

 

In 1828 vroeg de Franse wiskundige Bernard Lassimone het patent aan voor de taille-crayon (puntenslijper), waarmee het slijpen van een potlood een stuk sneller ging. Het is een redelijk grote puntenslijper die gebruikmaakt van een slijpsteen. In de jaren die volgen worden meerdere puntenslijpers uitgevonden. Het is uiteindelijk de Amerikaan John Lee Love die in 1897 de handpuntenslijper uitvindt. Dit is het ontwerp van de puntenslijper die nu in uw bureaulade ligt.

Pas tijdens de wereldwijde crisis in de jaren 30 van de vorige eeuw wordt de puntenslijper voor het eerst in een afwijkende vorm uitgebracht. Dit om de verkoop van het vindingrijke kantoorartikel te stimuleren. De opvolgende jaren wordt deze trend doorgezet en tegenwoordig vind je de puntenslijper uit 1897 dan ook in alle kleuren, vormen en maten.

Welke heeft u?

<<< terug naar Blogs